Actueel

Dierenartsenpraktijk

Vetuatuca

Dr. Bob Proesmans

Dr. Mieke Gryffroy

 

Leptospirose bij de hond

Leptospirose, ook wel “ratteziekte” of de ziekte van Weil genoemd, is een wereldwijd bij honden voorkomende ziekte die door bepaalde bacteriën, leptospiren, wordt veroorzaakt. Het gaat hierbij om een zoönose, en wel de meest verbreide zoönose ter wereld, wat betekent dat de ziekte ook van hond op de mens kan worden overgedragen. Gezien het groeiend aantal gevallen van besmetting met leptospirose bij mensen en honden in de afgelopen jaren, is het belangrijk dat men snel en correct ingrijpt, of beter, de ziekte voorkomt.

 

Ziekteverwekkers

De bacteriën worden vooral door knaagdieren (muizen, ratten) en besmette honden in de omgeving verspreid. Bij temperaturen van 18°C of hoger kunnen zij tot wel zes weken in de grond overleven, en in warm, stilstaand water wel drie maanden en langer. Vandaar ook dat veel besmettingen zich in de warme zomermaanden voordoen.

 

Besmettingshaarden

Via urine scheiden besmette honden leptospiren uit en besmetten daarmee de leefomgeving. Met name uitlaatplaatsen, grasvelden en stilstaand (zwem)water zijn beruchte besmettingshaarden. Kleine knaagdieren, zoals muizen en ratten, spelen een rol bij de verdere verspreiding en instandhouding van de ziekte in het milieu. Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via de slijmvliezen of via wondjes het lichaam van de hond binnendringen.

 

Ziektebeeld

Ongeveer een week na besmetting kunnen de eerste algemene symptomen optreden, zoals verminderde eetlust, braken en koorts. Als de ziekte verergert, doen zich, afhankelijk van de betrokken organen, andere symptomen voor. De dieren zijn uitgeput, hebben soms geelzucht, trillende spieren of bloederige diarree door ernstige beschadiging van het maagdarmkanaal. Aantasting van de nieren leidt ertoe dat de dieren frequent moeten plassen en resulteert vaak in totale uitval van de nieren. Ook aantasting van de longen is mogelijk: in dat geval zien we dat de dieren gaan hoesten (mogelijk met bloed) en benauwd zijn. Bij niet-gevaccineerde dieren heeft een ernstige leptospirose-infectie meestal een dodelijke afloop.

Het gevaar van leptospirose wordt nog altijd onderschat, omdat vooral lichte besmettingen moeilijk worden herkend en daardoor de diagnose in de praktijk soms niet of pas heel laat wordt gesteld.

 

Behandeling

Een hond met leptospirose heeft intensieve medische zorg nodig. Naast behandeling van de symptomen, moeten besmette en zieke honden (met het oog op besmetting van andere honden maar ook de mens) met antibiotica behandeld worden. Indien uw hond besmet is, is het verstandig ook contact op te nemen met uw huisarts, om eventuele preventieve maatregelen te treffen. De belangrijkste voorzorgsmaatregel tegen leptospirose bij de hond is vaccineren. Om bescherming te bieden tegen de opkomst van nieuwe varianten leptospirose, zijn er de afgelopen jaren zware inspanningen gedaan door de farmaceutische industrie, om hun vaccins aan te passen aan deze nieuwe varianten: hierdoor beschikken we sinds de herfst van 2013 over nieuw een aangepast vaccin. Preventieve maatregelen zullen er dus voor zorgen dat het risico op een Leptospirose besmetting zo laag mogelijk is.